Maandelijks archief: maart 2010

Anna Reijnvaanlezing 2010. Simon Stewart.

“Pluis, niet-Pluis” herkent de verpleegkundige dat gevoel?

Op donderdag 20 mei 2010 wordt de 12e Anna Reijnvaanlezing, een publiekslezing geroganiseerd door het AMC in samenwerking met het tijdschrift Bijzijn en de Hogeschool van Amsterdam,  gehouden in de Stadsschouwburg te Amsterdam .

De spreker zal zijn Simon Stewart, hoofd Preventieve Cardiologie van het Baker IDI Heart & Diabetes Institute in Melbourne.

De klinische observatie van de verpleegkundige, is ondanks toenemende medische technologie, essentieel voor een goede behandeling. Het is een kerncompetentie van de verpleegkundige beroepsgroep.

Simon Stewart zal dit punt centraal stellen in zijn lezing. Hij put hierbij uit zijn onderzoeken naar de rol van verpleegkundigen bij het vroegtijdig onderkennen van complicaties.

Er zijn valkuilen. Het ontwikkelen van een kokervisie ligt op de loer, evenals het blind varen op uitslagen van ondersteunende apparatuur.

“Don’t treat the monitor, treat the patient” S. Stewart.

Het gaat uiteindelijk om een goede mix tussen klinische blik, het “onderbuikgevoel” en kennis en hulpmiddelen.

Kom luisteren naar de lezing en het optreden van Ellen ten Damme.  Krijg het pluisgevoel!

Programma Anna Reijnvaanlezing 2010

Davidson PM, Stewart S. Heart failure nursing in Australia: past, present and future. Aust Crit Care. 2009 Aug;22(3):108-110. 10. Epub 2009 Jul 21.   ACC2009

__________________________________________________________

Anna Reynvaan (1844-1920) behoort tot de eerste lichting verpleegsters die het Witte Kruisdiploma haalt. Ze wordt hoofdzuster en daarna directrice in het Amsterdamse Buitengasthuis, voorloper van het huidige AMC. 
Daar zet ze zich in voor een verpleegstersopleiding, waarvan ze zelf het praktische gedeelte voor haar rekening neemt.

2 reacties

Opgeslagen onder AMC, patientveiligeheid, Patientveiligheid, Professional, topvrouwen, UMC, verpleegkundige, Verpleegkundigen

Kan positief bloggen: reputatieschade voorkomen?

Onderzoeksbureau Clipit, – specialist in online media monitoring, heeft een interessant onderzoek gedaan naar het effect van on-line berichtgeving over ziekenhuizen.

De laatste tijd is de gezondheidszorg veelvuldig in het nieuws, dreigende faillissementen, provinciale steun (opcenten), oneigenlijke concurrentie.
Het postcode beleid.

Het onderzoeksbureau heeft vastgesteld dat negatief nieuws, als zwaan kleef aan werkt, het genereert meer publiciteit. Het  aantal te googelen hits wordt groter, maar of het uiteindelijk voor een goede pers bij je klanten zorgt, is zeer twijfelachtig. Het bedrijf geeft zelfs aan dat reputatieschade op de loer ligt.

Als voorbeeld wordt de berichtgeving rondom het postcodebeleid aangehaald: het blijkt dat het AZM in eerste instantie mild werd afgerekend. Toen later het idee ontstond dat meer ziekenhuizen er een postcodebeleid op na hielden, de NMA onderzoek ging doen en er Kamervragen kwamen. Had dit tot resultaat,  dat steeds weer naar het AZM werd (ge)verwezen.

Het advies van Clipit  is dan ook:” Het monitoren van online media is cruciaal op het gebied van imago en reputatiemanagement. Internet wordt steeds meer een platform waarop consumenten discussiëren over nieuws. Zij beïnvloeden de online berichtgeving daardoor steeds meer. Instellingen en bedrijven krijgen hierdoor steeds minder controle over hun bedrijfsimago. Het monitoren van buzz omtrent een ziekenhuis of een kwestie is stap 1 in het managen of voorkomen van een crisis. Juist social media en blogs laten zien wat er leeft rond de instelling. Dáár moet ingrijpen beginnen.”  Lees verder ->

Kan Bidocblog door?
Doel is prikkelend informatief te berichten, zo probeer ik een positievevereputatie op te bouwen en hits te scoren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder AMC, Gezondheid 2.0., internet, marktwerking, Web 2.0., Ziekenhuis 2.0.

Digitale poli, web 2.0.

Die is nieuw bij het UMC St. Radboud.

Web 2.0. toepassingen, op dit blog is er al vaker over geschreven.
Het heeft de toekomst!
Organen adviseren de minister over de vele mogelijkheden voor de gezondheid waarbij web 2.0. toepassingen hot worden genoemd.

Het toenemende zelfbewustzijn van de patiënt en de mogelijkheden van internet leiden tot een nieuwe verhouding tussen patiënt en arts.

Een slim ziekenhuis is zijn toekomst vooruit!
Twitter, Hyves, Facebook, Blog en nu is er ook de digitale poli!

Het lijkt erop dat UMC St. Radboud de spits af bijt met de opening van de Digitale Poli.

Opening,
ja je opent een url, maar het woord doet toch een beetje denken aan een gebouw, maar goed misschien staat het als een huis.
Het lintje hoeft niet te worden doorgeknipt, geen champagne vergieten , voor een behouden vaart, alleen de DigiD is nodig voor de opening.

En dan heb je inzage in je eigen medische dossier, “daarin staat alle informatie die uw arts over u en uw onderzoeken en behandelingen heeft opgeslagen. Ook ziet u welke afspraken u heeft staan, welke foto’s er gemaakt zijn en de laatste labuitslagen
“De Digitale Poli biedt meer. Zo kunt u op een besloten forum berichten plaatsen en reageren op berichten van lotgenoten. Daarnaast is er een chatruimte waar u 1-op-1 met elkaar kunt praten. Contact met uw behandelaars is ook mogelijk.

Het gaat om negen digitale poli’s rondom hartfalen, ALS (spierziekte), psoriasis, prostaatkanker, levende nierdonoren, AGS (bijnierstoornis), hemofilie, schisis en vaatproblematiek.

Je kunt ook vriend, familie en vijand laten meekijken?!  Je bent dan wel je eigen privacywaakhond. Maar goed een ander weet mogelijk meer dan jij en samen kun je dan het behandelplan helpen uitstippelen.

Een meedenkende patiënt is ook op de toekomst voorbereid!
Neem de regie in eigen hand, hoe zo numerus fixus afschaffen?

Eigen dokter spelen?  Voor noodgevallen kun je altijd nog even met de echte dokter chatten!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid 2.0., internet, UMC, Ziekenhuis 2.0.

Digitaal kenniscentrum: top, klinisch!

Web 2.0. is in de gezondheidszorg ook een echte hype aan het worden.
Diverse rapporten zijn er over verschenen. Ook zie je bij de groepsdiscussies via LinkedIn steeds meer vragen, toepassingen en tips over gezondheid 2.0. en sociale media  langs twitteren. Er borrelt wat.

Het is nog moeilijk om daar als (academisch) ziekenhuis goed op in te spelen of mee om te gaan.

In Medisch Contact van 11 maart 2010 wordt een voorbeeld gegeven van de meerwaarde van internet op de behandeling van zeldzame ziektes.

De behandeling van zeldzame ziekten vraagt om topreferente zorg (Topreferente zorg is zeer specialistische patiëntenzorg die gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling, waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is (‘last resort’, eindstation) ( bron NFU).

Het aantal topbehandelplaatsen voor specifieke aandoeningen is vaak op enkele plaatsen geconcentreerd. Het kan dus zijn dat een sarcoidose patient vanuit Hoorn naar Maastricht zou moeten voor een topklinische behandeling. Als je er baat bij hebt zal de afstand geen beperkende rol spelen. Maar toch, het kan beter en daar kan, internet bij helpen hebben ze begrepen bij het MUMC  en specifiek het  ILD care team.

Het MaastrichtUMC – ild care team (www.ildcare.eu)
ILD = interstitiële longaandoeningen

Het ILD care team wil uitgroeien tot een digitaal kenniscentrum. 
Verder uitbreiden tot een belangrijk topreferent en topklinisch multidiciplinair zorgcentrum.

Vanuit het hele land en men denkt ook aan het buitenland kunnen patienten zich (laten) aanmelden.

Een beetje flauw (maar ik kan het niet laten)
de postcode speelt geen digitale rol!

literatuur:

  • Topreferente zorg op afstand: Medisch Contact 2010:65:1. pp 450-452. pdf
  • Nederlands enige kenniscentrum voor sarcoïdose. artikel UniMaas. pdf

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid 2.0., internet, UMC, Web 2.0., Ziekenhuis 2.0., Ziekenhuizen

Parelsnoer rijgen: enorme kansen voor wetenschappelijk onderzoek.

Kreeg op mijn 18e een parelsnoer.
Met de leeftijd komt pas het besef dat het bijzonder is.
Bovendien kreeg ik het van een dierbaar familielid. Pas nu leg  ik de verbanden, de ketting krijgt waarde!

Via het Parelsnoerinitiatief hebben de 8 universitaire medische centra een biobank ingericht.

Hierin worden lichaamsmaterialen opgeslagen, als bloed, urine, ontlasting en hersenvocht.
Het hangt van de parel (ziekte) af welke materialen en gegevens precies worden bewaard. Dat ligt vast in protocollen.

Dit moet enorme kansen scheppen voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek. De materialen en gegevens over ziekten worden geanonimiseerd opgeslagen t.b.v. onderzoek.

Het parelsnoer bestaat momenteel uit 9 parels ofwel ziektebeelden:

  1. beroerte/hersenbloeding,
  2. diabetes mellitus (suikerziekte),
  3. erfelijke darmkanker,
  4. inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn en olitis ulcerosa),
  5. leukemie,
  6. lymfeklierkanker en de ziekte van Kahler,
  7. neurodegeneratieve ziekten waaronder de ziekte van Alzheimer, nierfalen
  8. reumatoïde artritis en artrose.
  9. CONCOR (aangeboren hartafwijkingen).

Het initiatief is indertijd met 8 parels gestart.
Inmiddels is er een ziektebeeld bij gekomen. Op 4 februari 2010 is CONCOR aangeregen.

“Bij de start van Parelsnoer mocht ieder academisch centrum een parel aanwijzen. Al gauw gonsde het onder de cardiologen dat er een parelsnoer was, maar zonder cardiovasculaire parel. Het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN), een instituut van het KNAW, heeft toen het voortouw genomen en contact gezocht met PSI met de vraag of er geen negende, cardiovasculaire parel toegevoegd kon worden.”

Het snoer kan langer worden in de toekomst.

In 2008 werd een start gemaakt met het opbouwen van de verzamelingen.

Hiermee wordt het mogelijk om de materialen en gegevens te gebruiken voor onderzoek, in eerste instantie door de UMC’s zelf. De gegevensverzameling is niet zichtbaar voor de onderzoekers.

In de biobank “catalogus” staat wat en hoeveel er aan gegevens is verzameld binnen een parel. Onderzoekers die de gegevens en het materiaal willen gebruiken, kunnen een projectvoorstel indienen. Dit voorstel wordt beoordeeld door een speciale toetsingscommissie. Bij goedkeuring krijgt de onderzoeker toegang tot de geanonimiseerde gegevens en opgeslagen materialen.

Parelsnoer in de toekomst

Het Parelsnoer Initiatief zorgt ervoor dat de verzamelwijze binnen de UMC’s op elkaar afgestemd is.  Hierdoor is uitbreiding met nieuwe parels in de toekomst vanzelfsprekend mogelijk. Daarnaast wordt onderzocht of in de toekomst andere nationale of internationale data – en biobankengekoppeld kunnen worden, zodat nog meer mogelijkheden ontstaan voor het medisch-wetenschappelijk onderzoek.

De uitvoering van het Parelsnoerproject valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het bestuur van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra.

Een biobank op deze schaal is uniek in Nederland. Het biedt enorme kansen voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek, waar explosieve ontwikkelingen gaande zijn. De bank versterkt daarnaast onze positie in het onderzoek in Nederland en Europa. Want daar zijn ook biobankontwikkelingen gaande. Nederland kan daarbij vooroplopen.”

Meer info: Het Parelsnoer Initatief  -> http://www.parelsnoer.org/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder AMC, privacy, UMC, Wetenschappelijk onderzoek