Categorie archief: Wetenschapsregistratie

NEJM 200 jaar – meer dan een éminence grise, een Instituut.

The New England Journal of Medicine viert dit jaar haar 200e geboorte jaar.

Een ongelooflijke mijlpaal. 

“Established 1812″ – Celebration 2012

 ___________________________________________

 

 

 

 

 

 

___________________________________________

Het op het oog wat saaie tijdschrift heeft in die 200 jaar een prachtig medisch oeuvre opgebouwd en wereldwijd aan gezag gewonnen.

Medische ontdekkingen wereldkundig gemaakt. De medische evolutie in kaart gebracht. Infectiehaarden bestreden, de wereld een stukje beter gemaakt. Een spiegel van de ziel, reflectie van de medische wereld

Er is veel veranderd door deze eeuwen heen, maar in een editorial schrijft the New England Journal of Medicine zelf:
“Het uitgangspunt is hetzelfde gebleven: De ene mens helpt de ander (one person helping another – remains unchanged”)

 Met een impact factor van 53.486 (Journal Citation Reports 2010)  is het één van de klinische toptijdschriften. 

Niet voor niets zijn AMC-onderzoekers trots als hun onderzoek, zeker die waarbij zij de pen voeren, door de NEJM wordt geaccepteerd en gepubliceerd.

Marketing, die een UMC tegenwoordig hard nodig heeft.

“De Nederlandse Universitaire Medische Centra liggen onder vuur. Ze zijn te duur. Ze verwerven hun middelen ten dele uit geldstromen die exclusief zijn en zouden dus een kartel vormen. Ze moeten meer concurreren, maar tegelijkertijd meer samenwerken en zorgen dat ze niet overal hetzelfde doen. Acht UMC’s is volgens sommigen te veel. Maar tegelijk willen we meer dokters opleiden en dan is acht UMC’s weer te weinig”  (zie artikel FD:  Politiek, wees zuinig op onze UMC’s, Centra zijn hoge kosten waard | Het Financieele Dagblad  

Ook de NEJM belicht regelmatig de positie van de Academic Health Centers.

Het tijdschrift wordt ook vaak geraadpleegd.
Maandelijks werd in 2011 door de Universiteit van Amsterdam/AMC medewerkers ruim 4200 maal geklikt om een artikel uit de NEJM te openen.

 De NEJM gaat met de tijd mee. In 1996 lanceerde zij haar website. Het merendeel van het lezerspubliek zal nu de elektronische snelweg nemen om zijn medische kennis bij te houden. Bij ons in de bibliotheek staat nog een papieren versie, maar zelfs het eerste nummer is digitaal beschikbaar.

In het editorial staat ook dat het tijdschrift gezien mag worden als “de spiegel van zijn tijd” en dat zij, de nieuwe eeuw binnen stappend, hier blijvend uiting aan wil geven door belangrijke studies, ontdekkingen, ontwikkelingen en innovaties in de geneeskunde te blijven publiceren. 

Het papier lijkt zijn beste tijd te hebben gehad, de elektronische snelweg ligt open.

Hoe zal de NEJM anno 2112 worden gepresenteerd?

Proficiat NEJM.

Verjaardagswebsite : http://nejm200.nejm.org/

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder AMC, UMC, Wetenschappelijk onderzoek, Wetenschapsregistratie

Paard ontmoet spoken: Ghostwriting!

 
Al eerder heb ik op dit blog een bericht geplaatst over het (on)terecht claimen van auteursschap onder de titel:

Een gegeven paard niet in de bek kijken! Nader onderzoek blijft gewenst!

Plos Medicine start een debat over “Ghostwriting. ” 

“What should be done to tackle ghostwriting in the medical literature?
Plos Medicine 2009; 6;2(febr-online) e1000023”.

In dit geval concentreert zich het probleem voornamelijk op het inhuren van een auteur, die niet of minimaal heeft deelgenomen aan het onderzoek.

De opzet is een discussie aan te gaan en regels op te stellen om dit probleem te tackelen en de spoken te (ver)vangen.

In de deze week  on-line verschenen publicatie in Plos Medicine worden achtereenvolgens de gezichtspunten van een onderzoeker,  een editor/redacteur en van een auteur weergegeven t.o.v. deze vorm van misleiding.

Ook u wordt uitgenodigd aan de discussie deel te nemen.

Hier of daar?  Waar ziet u spoken?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder auteursschap, Wetenschappelijk onderzoek, Wetenschapsregistratie

Een gegeven paard niet in de bek kijken! Nader onderzoek blijft gewenst!

Auteurschap is voor de onderzoeker naar buiten toe het belangrijkste instrument om de resultaten van zijn/haar onderzoek wereldkundig te maken. Ook de kwaliteit wordt daaraan vaak afgemeten. De naam van het tijdschrift waarin wordt gepubliceerd en het aantal citaten verlenen de faam aan een onderzoeker.
Het is niet altijd eenvoudig om te bepalen wie wel of niet het auteurschap kan claimen.

Kan een informatiespecialist die een zeer uitgebreide zoekactie heeft geformuleerd en uitgevoerd in Pubmed c.s. een co-auteurschap claimen?
Vaak stellen informatiespecialisten zich in deze (te) bescheiden op.

Niet iedereen stelt zich zo bescheiden op.

Vandaar dat er internationale richtlijnen gelden voor manuscripten die bij biomedische tijdschriften worden ingediend. Deze richtlijnen zijn opgesteld door ‘International Committee of Medical Journals Editors’. Instellingen hebben daarnaast vaak ook eigen researchcodes vastgesteld. “Alle personen vermeld als auteur dienen te voldoen aan de kwalificaties voor auteurschap. Iedere auteur dient in voldoende mate aan het onderzoek te hebben deelgenomen om de verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de inhoud van het artikel. De term auteurschap verwijst naar zowel enkel en eerste auteurschap als co-auteurschap.

Het toonaangevende tijdschrift The Lancet baseert zich ook op deze richtlijnen. Iedere auteur dient zijn handtekening te zetten voor het feit dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het onderzoek, welke rechtvaardigt als auteur te worden vermeld. Naar aanleiding van de plaatsing van kritische kanttekeningen door de editors van the Lancet werd opnieuw aangetoond dat ondanks richtlijnen (researchcodes) zelfs de “senior” auteur (tevens hoofd van de afdeling) gewoon meewerkt aan misleiding. De verantwoordelijkheid van het artikel wijst hij af door zich te verschuilen achter het fenomeen “honorary of geschonken auteurschap.

In de researchcode van het AMC staat: “Het is daarom verstandig om vooraf een senior onderzoeker betrokken bij het onderzoek aan te wijzen die de beslissing neemt bij een probleem rond auteurschap”
Dan hoop je wel een integere senior te treffen!

Terecht verhaalt the Lancet over deze schertsvertoning – zie The role and responsibilities of coauthors  Lancet 2008:372(Sept6).p. 778.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder AMC, Bibliotheek, carriere, Evidence based, Wetenschapsregistratie

Auteursidentificatie: ID(ee): wetenschappelijke output onder controle?

Iedere UMC en/of andere wetenschappelijke instelling kikt erop als de publicatiescore van zijn/haar onderzoekers (PI’s) tot de top van de wereld wordt gerekend. Meestal wordt dit aangetoond door citatenanalyses, impactscores.
De wetenschapsregistratie van een instelling heeft tot taak de output van de instelling zo goed mogelijk te registreren en te ontsluiten. Op basis van deze gegevens wordt doorgaans periodiek een interne en/of externe afrekening gehouden. De nieuwste mode daarbij is de Hirsch index en ook het CWTS doet hierbij goede zaken.
Regelmatig loopt men tegen het “probleem” op dat het affiliatieadres van een instelling meerdere varianten kent en/of fout wordt aangehaald in de publicatie. Zo wordt in het artikel Electromagnetic Interference From Radio Frequency Identification Inducing Potentially Hazardous Incidents in Critical Care Medical Equipment” JAMA. 2008;299(24):2884-2890 het VUmc een belangrijke rol toegedicht door als eerste affiliatieadres te worden opgevoerd. Terwijl in het artikel duidelijk wordt gesproken over een onderzoek in het AMC. Een foutieve overname kan “dodelijk” zijn voor de (inter)nationale wetenschappelijke score verrekening. Databases als Pubmed, Web of Science kennen niet de situatie ter plaatse. Deze systemen liggen doorgaans wel ten grondslag aan de internationale (af) rekening.
Zo is het ook met de diverse schrijfwijzen van auteursnamen. Heb je een veel voorkomende naam b.v. Piet Jansen of Maud Levi, dan kan het eenvoudig voorkomen dat op een door derden samengestelde publicatielijst ook publicaties vanuit een andere discipline zijn meegenomen. (Juist: “van die andere Piet Jansen, historicus”) of vrouwen die onder mansnaam eens hebben gepubliceerd. Levert dit een extra score: mooi meegenomen?! Maar ja zo ontstaat er wel een onjuist beeld (misleiding). Omgekeerd kan het natuurlijk ook problemen opleveren, want hoe ben je er zeker van dat je de juiste auteur hebt geïdentificeerd en alle eventuele naamsvarianten daarbij hebt betrokken. Handiger is het daarom een auteursidentificatienummer in te voeren. Vergelijkbaar met een ISBN nummer. Thomson Scientific (Web of Science) heeft hiertoe een eerste aanzet gegeven januari jl.
In de Lancet 2008:371:June 28): pp: 2152-2153 staat een artikel van Jochen Cals en Daniel Kotz (MaastrichtUMC)  waarin zij het probleem van de auteursherkenning onder de aandacht brengen en een lans breken voor de ResearcherID/AuthorID.
Ook de gebruikers van METIS roepen al tijden om een identificatie nummer voor de auteur naast de DOI (Digital object identifier).

1 reactie

Opgeslagen onder AMC, Bibliotheek, UMC, Wetenschapsregistratie